Familiebedrijf dat voelt als een warm bad

Werken in een familiebedrijf, is dat nou anders dan bij een ander bedrijf? En waar merk je dat aan? Het is duidelijk dat Mark Pot, directeur van POT Verhuizingen & Logistiek, dit een belangrijk onderwerp vindt. Enthousiast vertelt hij:

“POT, dat is de naam van mijn familie en het bedrijf en natuurlijk gaat daar een historie aan vooraf. Maar belangrijker dan dat is het familiegevoel dat in het hele bedrijf merkbaar is – Pot of geen Pot. Het staat voor een team met vertrouwen in elkaar, waar je leuke dingen mee doet en waar je kunt delen wat er speelt in je leven. We houden het graag zo informeel en laagdrempelig mogelijk. Bovendien: ieder heeft zijn of haar kwaliteiten en is vanuit zijn talent en rol belangrijk en onmisbaar.”

Klinkt goed, maar geldt dat niet voor alle familiebedrijven?

“Nee dat is niet perse zo. Uit onderzoek blijkt wel dat familiebedrijven over het algemeen beter omgaan met crisissen, financieel stabieler zijn en op een informelere manier met medewerkers omgaan. Klopt allemaal, maar hoe je dat vervolgens invult is voor elk bedrijf anders. Wij kiezen er bijvoorbeeld bewust voor om niet vanuit een torentje het bedrijf te managen, maar vinden het belangrijk om minimaal de helft van onze tijd operationeel – op de vloer – aan de slag te zijn. Zo kennen we iedereen, weten wat er speelt bij medewerkers en klanten en maken we ook nog eens een POTje lol met elkaar.”

Jullie doen het dus heel erg samen. Wat bedoel je daar precies mee?

“We zijn een team met dezelfde drijfveren. Met z’n allen klanten blij maken, en het daarnaast heel gezellig hebben: daar gaan we voor. Kwaliteit voorop, maar mét elkaar. Goede ideeën kunnen van iedereen komen, dus we luisteren naar elkaar. En als er thuis dingen spelen dan mag dat op de werkvloer best naar voren komen. Waar dat mogelijk en nodig is proberen we daar ook iets in te betekenen. Een familie is fijn, en je kunt er ook zelf eentje creëren. Onze mensen werken vaak al heel lang bij ons en zo groeien we een leven met elkaar mee.”