POT is graag klaar voor de toekomst

Bij POT wordt niet licht over de toekomst gedacht. Hoe kunnen we die beter maken voor onze medewerkers, maar ook voor de stad en – we denken graag groot – voor de wereld?

Commercieel Directeur Melchior Blok: “Verschil maken: dat doen we in onze bedrijfsvoering met een onderwerp als duurzaamheid, maar ook in de manier waarop we met onze medewerkers omgaan. We bewegen mee met de markt en de tijd. Want we staan als verhuisbedrijf midden in de maatschappij, we komen overal, zien alles en willen graag ons steentje bijdragen aan een betere wereld.”

Mark Pot: “We zijn altijd bezig met wat is ervoor nodig om het voor onze medewerkers beter te doen, hoe kunnen we voor hén verschil maken? Hebben ze meer opleiding of begeleiding nodig? Meer contact met elkaar of meer ruimte voor uitjes met het team? Met die zoektocht zijn we nooit klaar, want het verandert met de tijd en omstandigheden. We willen een goede en betrouwbare werkgever zijn waar je mag zijn wie je bent en waar ruimte is voor jouw ontwikkeling. Iedere werknemer krijgt van ons bijvoorbeeld een opleidingsbudget waarmee je – als je wilt anoniem – opleidingen of cursussen mag kiezen die voor jou belangrijk zijn.”

Melchior Blok vult aan: “Daarnaast voelen we een verantwoordelijkheid om de stad beter te maken en zuinig om te springen met de aarde. We stellen hoge duurzaamheidsdoelstellingen. Zo zijn we een van de trotse initiatiefnemers van een waterstoftankstation dat nu in aanbouw is. En als we in de binnenstad een bedrijf – uiteraard elektrisch – bevoorraden, rijden we niet met een lege auto terug maar nemen we afval mee terug zodat we dat op een duurzame manier kunnen laten verwerken. Met dit soort slimme constructies dragen we ons steentje bij. We blijven altijd zoeken naar degelijke oplossingen, en onze medewerkers en hun ideeën spelen daarbij een belangrijke rol. Zij willen ook graag betekenisvol werk. We staan hoog op de zogenaamde CO2 ‘prestatieladder’ en daar zijn we trots op. We doen wat duurzaamheid betreft graag een stapje of twee extra.”